<Resultaat 1105 van 1419

>

KAREL VAN DE WOESTYNE aan
Manuël en Nora de Bom
o Nora en Manuel van ons hart! we hebben hier verleden week geleefd gelijk God in 't Frankrijk-van-vóor-de-scheiding. In acht dagen tijd de Wilder's, embêtante Franschmans,[1] de Ontrop's en heerlijke muziek, en, — hoofdzaak! — van Langendonck. — Ge kent van Langendonck, niewaar, Manuël? Ik kende hem ook zoo een beetje; maar nooit of nooit was hij gelijk hij thans, in den loop dier week, was: eene kompleete, diepe en blijde, eene ernstige en grappige verschijning; een gansch ander mensch dan wij hem gewoonlijk zien, vol gezonde leute, vol aardige zetten (een woord van hem: "tous les dégouts sont dans la nature"), en steeds met den menschelijken grond die den zijnen is, maar zonder bitterheid ditmaal. — Al was hij verkouden, hij scheen me toch gezond.
Maar ik geloof dat er in hem een buitengewoon evenwicht rijp wordt. Dat evenwicht wás er vroeger al; maar het aarzelde; het was niet gerust over zich-zelf. Thans, geloof ik, is dat gedaan: van Langendonck wordt eene groote, sereene gestalte (althans voor de menschen van míjne generatie, meen ik): hij gaat een meester worden.
Ik heb thans acht dagen met hem doorgebracht; acht dagen, ongunstig misschien omdat zoovele menschen ons omringden, maar gunstig tóch omdat dit groot gezelschap mij V[an Langendonck] beter en veelzijdiger liet kennen. En ik moet het, al ben ik zeer sceptiek, bekennen: Van Lang[endonck] is een werkelijk-superieur mensch. Ik herinner mij een avond dat Mariette en ik — goddank! — eens met hem alleen waren, en we spraken over de desillusie die men soms in vriendschap ondervindt (er was spraak van Minne, die met ons heeft gehandeld, ook met Nauen, als een... Uebermensch).[2] En van Langendonck sprak daarover zulke schoone woorden, dat Mariette niet kon nalaten te zeggen: "Mr van Langendonck, gij zijt onder die menschen die men steeds bij zich zou moeten hebben om raad aan te vragen." En 't schoonst van al was, — dat van Langendonck er niet scheen aan te twijfelen dat het wáar was...
Enfin, eene schoone week voor mij, — ook 't paar dagen met Ontrop, jonge God vol nederigheid.
Maar van Langendonck! Hij las mij zijn verslag vóor, onlangs gegeven te Lier voor het Davidsfonds.[3] Het is een stuk vol nieuwe inzichten over onze literatuur sedert 1830, met eene wetenschap der school-overgangen, eene aristocratische fijnheid der analysis, een innerlijk begrip van heel het Vlaamsche streven tot op heden, die werkelijk verbazen, niet alleen om hun schoonheid en hun nieuwheid, maar om hun moed vooral (ge zoudt moeten hooren wat hij zegt over u, over Buysse, over Vermeylen vooral), tegenover katholieken, wien hij, eindelijk, het katholicisme predikt. Enfin, een stuk dat, in zijne bezadigdheid, allicht het fierste, het moedigste in de kritieken der "Van Nu en Straksers" moet heeten...
Ik zou u nog veel kunnen vertellen dat U, aangaande van Langendonck en zijn nieuwen werkzucht — ook buiten onmiddellijke literatuur — vreugdig stemmen zou,... en ware 't dat ik me jegens ulieden plichtig voel. Ik heb u, bij mijn laatsten brief, allebei meer of minder ziek gevonden. Wat is er nu daarmeê? Mariette en ik hopen uit harte-grond dat Nora werkelijk heelemaal genezen is, en dito Manuël. En waarom zouden ze dezen herfst niet hernemen wat dezen zomer zoo malencontreus tegengeslagen is?[4] Laethem ontvangt ze met open armen. — Intusschen verzekeren wij u de zuiverheid onzer inzichten, u dezen winter in Antwerpen te komen lastig vallen.
Karel en Mariette
Weet-de hoeveel inschrijvers zijn op mijn bundel? negen. Schrijf dan verzen!!!

Annotations

[1] De Van de Woestijnes hadden tijdens hun huwelijksreis de Parijse schilder André Wilder en zijn vrouw bezocht. Hij was de zoon van Victor van Wilder, medestichter van 't Zal Wel Gaan. De Wilders waren al eens in Latem op bezoek gekomen, en ook een keer in Sint-Amandsberg. Van de Woestijne noemt het echtpaar hier 'embêtante Franschmans'. In een brief aan Lode Ontrop in september 1906 noemt hij hen evenwel 'heel goede menschen'.
[2] Tussen George Minne en Van de Woestijne was de vriendschap ongeveer een jaar eerder bekoeld. Van de Woestijne had in 1904 het plan opgevat om een Album Minne samen te stellen, maar heeft zich niet aan dat voornemen gehouden. Mogelijk waren ze sindsdien teleurgesteld in elkaar.
[3] Er werd geen informatie over deze lezing teruggevonden.
[4] Verwijzing naar De Boms onverwachte vertrek na zijn laatste bezoek (zie brief 127).

Register

Naam - persoon

Bom-Aulit, Eleonora (Nora) de (° 1879 - ✝ 1955)

Na een kortstondige relatie met Lode Ontrop huwde ze op 24 augustus 1901 met Emmanuel de Bom. Door haar permanent wankele gezondheid en de hoge mate waarin ze beïnvloed was door de (waan-)ideeën van 'waterdokter' Alwyn van Son, bleef het huwelijk echter 'in alle betekenissen van het woord onvruchtbaar'.

Buysse, Cyriel (° 1859 - ✝ 1932)

Vlaamse romanschrijver van wie het werk gedeeltelijk in de naturalistische (en later realistische) traditie is geschreven. Virginie Loveling was zijn tante. Hij woonde afwisselend in Afsnee en Den Haag. In 1893 behoorde hij tot de stichters van Van Nu en Straks, en in 1903 richtte hij samen met Louis Couperus en Willem van Nouhuys het maandblad Groot Nederland op, dat hij tot zijn dood zou blijven redigeren.

Langendonck, Prosper van (° 1862 - ✝ 1920)

Medestichter van Van Nu en Straks die jarenlang als ambtenaar in Brussel heeft gewerkt. In de redactie van dat tijdschrift was hij de enige katholieke redacteur. Hij was ook ouder dan de anderen. Daardoor fungeerde hij min of meer als hun mentor. Als overgangsfiguur stimuleerde hij hun literaire vernieuwingsdrang, maar vestigde hij ook hun aandacht op het grote talent van enkele voorgangers, zoals Guido Gezelle. Hij publiceerde slechts één bundel romantische gedichten, Verzen (1900). De Bom en vooral Van de Woestijne koesterden een grote bewondering voor hem. Die bewondering nam niet af, ook niet toen Van Langendonck steeds heviger verschijnselen van (erfelijke) schizofrenie begon te vertonen.

Minne, George (° 1866 - ✝ 1941)

Gentse tekenaar, boekillustrator en (vooral) beeldhouwer. In 1891 werd hij lid van 'Les XX'. Op zoek naar afzondering en stilte vestigde hij zich op 21 juni 1899 in Sint-Martens-Latem. Daar werd hij samen met de gebroeders Van de Woestijne (met wie hij een nauwe vriendschapsband had) een centrale figuur van de eerste groep Latemse kunstenaars.

Nauen, Heinrich (° 1880 - ✝ 1940)

Duitse expressionistische schilder. Hij was getrouwd met Marie von Malachowski.

Ontrop, Lode (° 1875 - ✝ 1941)

Dichter en musicus. Gedurende enkele jaren – kort voor de eeuwwisseling tot enkele jaren daarna – was hij de intiemste vriend van Van de Woestijne. Hij werd omstreeks 1903 in die rol 'vervangen' door Emmanuel de Bom. De neerslag van zijn vriendschapsrelatie met Van de Woestijne is bewaard in de editie Brieven aan Lode Ontrop. Uitgegeven met een inleiding en aantekeningen voorzien door Anne Marie Musschoot, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1985. Over die correspondentie schreef Albert Westerlinck het boek De eerste rijpe jaren van Karel van de Woestijne, beschouwingen rond zijn brieven aan Louis Ontrop (1896-1909), Orbis, Beveren, 1982. Ontrop had in 1899 een zeer kortstondige relatie met Nora Aulit, die later met Emmanuel de Bom zou trouwen.

Vermeylen, August (° 1872 - ✝ 1945)

Aanvankelijk sterk anarchistisch geïnspireerde en non-conformistische schrijver die het vooral moest hebben van zijn essays. Tot zijn voornaamste bijdragen aan Van Nu en Straks (waarvan hij in een aantal opzichten de geestelijke leider was) behoren behalve zijn literaire kronieken ook zijn opstellen Kritiek der Vlaamsche Beweging en Kunst in de vrije gemeenschap. Van de Woestijne had een ambigue relatie met hem. Hij noemde Vermeylen in een brief aan Lode Ontrop een 'groot dilettant, die zich veel vergist maar toch steeds verstandelijk-interessant blijft'. Vermeylen wordt vaak verweten dat hij zich na de eeuwwisseling steeds meer conformeerde. Na de Eerste Wereldoorlog koos hij voor een carrière in de politiek en werd hij een boegbeeld van de socialisten.

Wilder, André (° 1871 - ✝ 1965)

Frans-Belgische kunstschilder. Hij was de zoon van Victor van Wilder (1835-1892), muziekcriticus, vertaler en schrijver.

Woestijne-Van Hende, Maria (Mariette) van de (° 1884 - ✝ 1968)

Echtgenote van Karel van de Woestijne. Ze trouwden op 13 februari 1904 en kregen samen een zoon (Paul) en een dochter (Lily). Dochter van een echtpaar dat in het centrum van Gent een zaak had waar spiegels werden gemaakt en verkocht.

Naam - instituut/vereniging