<Resultaat 993 van 1419

>

Ik heffe ne keer mijn hoofd op om te weten of ge Gijlieden nog leeft ende gezond zijt ende om ook te weten hoe het staat met die zaag van dat "werk" ende omdat ik absoluut perforce 't overige van mijn handschrift wil terug hebben. Dat wordt een deerlijk dingen: als ik mij iets aantrek dan zou ik ten minste deugd aan mijn zaken doen... maar dat trouwt...[1] of mooscht wat weet ik al en laat de zaken waaien.
Voor mij pers[oonlijk] moet er niets verschijnen; maar overal waar ik mijn hoofd toone roepene ze van Werk – werk – werk? met groote ??'s. Verschillige abonnés zegden me dat ze hun Boek I gaan weigeren... anderen gaven me voor raad, daar 't moment om een pikante nieuwigheid uit te geven toch voorbij is — het cijferke 98 in 99 te veranderen en 't ding gereed te maken tegen 25sten December aanstaande[.]
Dan zou ik misschien mijn "Zomer" in plaats van "Lente" kunnen geven.[2]
En als 't nu aan Buschmann ligt[3] — (sedert 2 maanden zag ik geene proeven meer) — waarom dat alles uit zijn pooten niet gesnakt? — Hij zou het met mij zoo schoon niet hebben.
Nu.... (eene Godspraak!) "Op U en Uwe Confraters[4] weegt de schuld dat er van mij zes maanden lang niets voortgebracht is — (ik leef in mijn ding zoolang het de wereld niet in is)[5] en ik verdoem den achtermiddag waarop ge mij van die domme onderneming gesproken hebt.[6] — zendt me om de liefde Gods mijn ding terug en laat me voor altijd gerust.["]
Hier staak ik mijne verbolgenheid en pruttel u het overige op mijn gewoon gemoedelijk toontje in de ooren. —
Al de adressen om de Minneplaat hebben niets opgebracht; we zullen 't maar uit het hoofd steken.[7]
Ik ben met de titelplaat van "Werk" in 't geheel niet tevreden;[8] (ik zou met Jules eens een koutje willen slaan over "Boekversiering") 't bovenste is een plaatje, waarmede ik veel plezier gehad heb, en heb er 't volgende symbolisme in gevonden: de eerste boom is uw toeg[enegen ondergetekende] — de 2de is mijn lieve toehoorder[9] en de 3de is Dichter De Meyere en wij loopen daar alle drie met dat plakaat op den buik "Werk" — De beek die ons komt bespoelen is onzen teekenaar: Jules — en de zwarte atmospheer die ons omgeeft is de sinistre Minne! 't Onderste deel is mager plagiaat — copij uit "de Vlamse sool"[10] Nog eens: ik zou een praatje willen met Jules over Boekornamentasie! Gezelle bevallen zeer wel papier en letter alsook die M[11] — Zoudt ge Boek II niet doen dienen om die anthologie?[12] — Men gelast mij een abon[nement] te nemen — weet nog niet aan wat adres — zonder verder orders mag het naar mijnent gezonden worden, zendt me iets te lezen van Uw werk. — Mijne beste groeten aan Jules en eene hand aan Mijn Karel van
Uw Stijn Streuvels
nu kruip ik weer diepe, diepe in Tolstoijs Krieg und Frieden!!![13]

Annotations

[1] Hoewel niemand van de medewerkers aan het Werk-project (noch Karel van de Woestijne, noch Victor de Meyere of uitgever Buschmann) omstreeks deze tijd in het huwelijk trad, neemt Streuvels toch het woord 'trouwen' in de mond. Hij gebruikt het woord figuurlijk in de zin van 'knoeien' of 'onfatsoenlijk werk leveren'. Daarmee doelde hij op het herhaalde uitstellen van Werk, omdat de anderen ondanks hun eerdere belofte hun kopij niet op tijd klaar hadden.
Werk liet inderdaad lang op zich wachten: de samenstelling van 'Boek I' vond plaats in de zomer van 1897 en de uitgave ervan was voor begin oktober voorzien, maar het zou nog tot eind juli 1899 duren voor de bundel uiteindelijk het licht zag. Streuvels moest daardoor noodgedwongen lange tijd toezien hoe zijn Lente onuitgegeven bleef, en daar kon hij niet goed mee om. Hij kreeg de drukproeven, waarop hij nog altijd wijzigingen aanbracht, slechts traag en bij beetjes in handen, en besloot daarom zijn manuscript terug te vragen. I.v.m. Werk, zie ook brief 6, noot 5.
[2] Lente is het gevoelige verhaal van Streuvels over een meisje Horieneke, dat op de drempel van volwassenheid stond. 'Pikant' was de novelle in haar weergave van een wereld vol desillusie. Lente verscheen in Werk (1898, p. 3-46) en werd ook opgenomen in Lenteleven (1899). Een deel ervan werd ook onder de naam Frank Lateur gepubliceerd onder de titels 'Lentenacht' en 'Achter de Eerste Communie' in De nieuwe tijd, 3 (1899, nr. 18 (2 maart), p. 137-139 en 1899, nr. 19 (9 maart), p. 145-147). Zie ook brief 6 (vooral noot 1, noot 4 en noot 7).
[3] Werk zou bij Buschmann verschijnen.
[4] Streuvels bedoelt Karel van de Woestijne, Victor de Meyere, Jules de Praetere en Paul Buschmann, die betrokken waren bij het project Werk. In tegenstelling tot Streuvels waren Van de Woestijne en De Meyere niet op tijd klaar met hun bijdrage. De situatie werd nog bemoeilijkt omdat een illustratie van De Praetere voor het titelblad werd afgekeurd (zie [8]).
[5] Streuvels had Lente (hoewel eigenlijk niet de definitieve versie) al zes maanden eerder, begin september 1897, afgerond. Het langdurige uitblijven van de publicatie ervan verhinderde hem blijkbaar om nieuw en ander werk te scheppen. Een andere uitspraak daarover deed hij in een brief van 1 maart 1898 aan Emmanuel de Bom. Daar luidde het: 'Zoolang er iets traineert op de persen, van mijn werk, leef ik daarin en kan niets nieuws opbouwen.' Eind 1897 had hij weliswaar nog 'In de vlage' geschreven.
[6] Van de Woestijne had met Streuvels over Werk gepraat toen hij hem in februari 1897 samen met De Praetere in Avelgem had opgezocht.
[7] In het prospectus van Werk (zie brief 6, noot 6) werd aangekondigd dat George Minne twee platen zou vervaardigen voor het eerste nummer. Uiteindelijk zou Minne echter geen aandeel hebben in het Werk-project.
[8] Van de Woestijne, De Meyere en Buschmann hadden het titelblad dat Jules de Praetere voor Werk had ontworpen van de hand gewezen, en Streuvels was het dus kennelijk met die afwijzing eens. Ook dat was een van de redenen waarom de publicatie van Werk zo lang uitbleef.
[9] De 'toehoorder' van deze brief, Karel van de Woestijne.
[10] De Vlaamsche School was aanvankelijk een halfmaandelijks, later een maandelijks tijdschrift dat van 1855 tot 1901 in Antwerpen werd uitgegeven. Ondanks zijn overwegend lokale Antwerpse karakter behoorde het een halve eeuw tot de toonaangevende kunstbladen van Vlaanderen. Na de dood van Désiré van Spilbeeck, die van 1863 tot 1887 het tijdschrift had geleid, nam Paul Buschmann de uitgave op zich. Hij werd daarvoor bijgestaan door Pol de Mont, die in 1897 ook (officieel) hoofdredacteur werd. Deze tweede reeks van het tijdschrift wordt gekenmerkt door een jeugdige vernieuwing, zowel in de grafische vormgeving als in de inhoud. Streuvels heeft zich altijd negatief over het tijdschrift uitgelaten. Zo schreef hij op 26 maart 1897 aan De Bom: 'Wat is me dat een rare winkel geworden, 't schijnt dat ze daar nen accoord gemaakt hebben met eenige Duitschers om alles te drukken wat die heeren hun geweerdigen te zenden; en wat hemel wat een "taal" Pol de Mont nu opneemt... en die nieuwe spelling! en die "liefhebberijtjes" van Claus Groth.... en daar tusschenin.... Gezelle! Knoopt dat aaneen!'
[11] Guido Gezelle was opgetogen over de papiersoort (handgeschept Hollands-Van Gelderpapier) en het lettertype van Werk. Wellicht wordt met die 'M' (die tweemaal omkaderd is in de brief) George Minne bedoeld, die behalve aan Werk II oorspronkelijk ook aan Werk I zou meewerken. Er waren ook plannen om Julius de Praetere los van het project Werk een anthologie van Gezelles gedichten te laten drukken, maar Streuvels raadt aan die te laten verschijnen als Werk II (zie ook [12]).
[12] 'Boek II': Werk II, dat gepland was om vier maanden na deel I te verschijnen. In een brief aan Lode Ontrop meldt Van de Woestijne dat Boek II 'geheel gewijd [zou] zijn aan de twee grootste kunstenaars van Vlaanderen: Guido Gezelle voor de inhoud en George Minne voor de illustraties'.
[13] Streuvels is Oorlog en vrede van Tolstoj in een Duitse uitgave aan het lezen, nadat De Bom het hem had aangeprezen. Het boek overtrof naar Streuvels' smaak alles wat hij tot dan toe had gelezen. Streuvels' schrijfwijze van de naam van de Russische auteur is in deze brief onduidelijk. Ofwel staat er 'ij', met een onduidelijke 'i', ofwel plaatste hij een trema op de 'j' zonder een 'i' te schrijven. Dat letterteken kon hier typografisch niet worden weergegeven.

Register

Naam - persoon

Gezelle, Guido (° 1830 - ✝ 1899)

Priester, dichter, taalkundige en journalist. Zijn zus Louise Gezelle (1834 1909 was de moeder van Stijn Streuvels, die bijgevolg een neef was van Guido Gezelle.

de Bom, Emmanuel (° 1868 - ✝ 1953)

Bibliothecaris in Antwerpen, prozaschrijver en journalist. Tussen hem en Streuvels ontspinde zich vanaf medio 1896 een hartelijke en levenslange vriendschap. De briefwisseling tussen hen beiden was vooral in de eerste jaren heel intensief, en werpt een belangrijk licht op Streuvels' evolutie als schrijver. Gebaseerd op deze correspondentie heeft Kathryn Smits een duiding van Streuvels' aanvangswerk gegeven in: Een nieuwe kijk op de jonge Streuvels (1993). Later verscheen dan nog Kathryn Smits, 'Een aardig bundeltje brieven'. De briefwisseling van de jaren 1900-1914 (Kapellen, Pelckmans, 2005).

De correspondentie tussen De Bom en Karel van de Woestijne, die ook erg goed bevriend waren, is eveneens uitgegeven. Zie Bert Van Raemdonck, Niks geniaal vandaag. De briefwisseling tussen Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom (Kapellen, Pelckmans, 2010).

Ontrop, Lode (° 1875 - ✝ 1941)

Componist, muziekpedagoog, criticus, essayist en dichter. Ontrop en De Bom hadden elkaar leren kennen via Karel van de Woestijne, die rond de eeuwisseling zeer goed met Ontrop bevriend was. Daarvan getuigt o.m. hun erg intense correspondentie, die werd uitgegeven als: Karel van de Woestijne, Brieven aan Lode Ontrop, uitgegeven met een inleiding en aantekeningen door Anne Marie Musschoot (Gent, KANTL, 1985). Later verwaterde de vriendschap enigszins en lijkt Emmanuel de Bom de rol van Ontrop als intieme boezemvriend van Van de Woestijne als het ware te hebben ingenomen. Er bleven echter contacten tussen Ontrop en Van de Woestijne bestaan.

de Meyere, Victor (° 1873 - ✝ 1938)

Dichter, romanschrijver en volkskundige. Hij debuteerde als dichter in Van Nu en Straks (reeks 1, nr. 2) en introduceerde in dat tijdschrift ook andere jonge auteurs, zoals Karel van de Woestijne. Zelf was hij 'ontdekt' door Emmanuel de Bom, die later met een schimpende opmerking over zijn poëzie ook weer de aanleiding zou zijn van zijn vertrek uit Van Nu en Straks. Uit zijn verhalen, novellen en romans blijkt zijn grote belangstelling voor volkskunde. De Meyere speelde een grote rol als geestelijke mentor van de generatie die na Van Nu en Straks aan het woord kwam.

(Jules) de Praetere, Julius (° 1879 - ✝ 1847)

Schilder en drukker uit Gent. Karel van de Woestijne, die een van zijn vroegste kritische opstellen aan hem had gewijd ('George Minne en Jules de Praetere', in: De Vlaamsche school, nieuwe reeks, jg. 10, nr. 10, oktober 1897, p. 291-297), had hem in 1897 bij Streuvels geïntroduceerd.

Het eerste boek dat De Praetere versierde en op handpers drukte, was Lenteleven (1899), het eerste werk van Stijn Streuvels dat in boekvorm werd uitgegeven. Later drukte hij nog Verzen van Herman Teirlinck (1900), Lucifer van Vondel (1902), Natuur van René de Clercq (1902), Kerkhofblommen van Guido Gezelle (1902) en Het vader-huis van Karel van de Woestijne (1903).

Door de bijzonder verzorgde druk, de keuze van het papier, het lettertype en de versiering, behoorden deze uitgaven tot het beste dat toen in Vlaanderen en Nederland verscheen. De Praetere, die in 1900 samen met Karel en Gustave van de Woestijne in Sint-Martens-Latem ging wonen, slaagde er echter niet in om van de opbrengst van zijn drukkerij te leven. In 1903 vertrok hij naar het buitenland om leeropdrachten in Duitsland en Zwitserland te vervullen. In 1915 werd hij directeur van de Hogere Kunstnijverheidsschool in Bazel.

Buschmann (jr.), Paul (° 1877 - ✝ 1924)

Drukker en uitgever. Hij was een kleinzoon van Jozef-Ernest Buschmann, die de gelijknamige drukkerij in 1842 had opgericht. Vooral Paul Buschmann sr. had van de drukkerij een bloeiend bedrijf gemaakt. Bij Buschmann rolden o.m. van de pers: de tweede reeks van Van Nu en Straks, De Vlaamsche School en Onze kunst. Ook het eerste werk van Hendrik Conscience, Karel Lodewijk Ledeganck, Jan en Theodoor van Rijswijck verschenen er, net als werk van Pol de Mont, Anton (Tony) Bergmann, Ernest Claes en Felix Timmermans.

Minne, George (° 1866 - ✝ 1941)

Beeldhouwer en tekenaar. Hij was lid van 'Les XX' en daarna van 'La libre esthétique', de twee door Octave Maus gestichte kunstkringen waar niet-academisch georiënteerde kunstenaars van diverse pluimage elkaar ontmoetten. Minnes werk brak met de burgerlijke romantisch-realistische traditie die de Belgische plastische kunst op het einde van de vorige eeuw beheerste. Het onderscheidt zich door een sobere, zeer verinnerlijkte vormentaal die niet zozeer wilde refereren aan de empirische realiteit, maar de expressie betrachtte van symbolische waarden. Zijn drang tot stilte en afzondering voerde Minne in 1899 naar Sint-Martens-Latem, waar hij samen met o.a. Karel en Gustave van de Woestijne en Valerius de Sadeleer deel ging uitmaken van de eerste Latemse groep. Karel van de Woestijne schreef een van zijn vroegste kritische opstellen over Minne. Zie Karel van de Woestijne, 'George Minne en Jules de Praetere', in: De Vlaamsche school, nieuwe reeks, jg. 10, nr. 10 (oktober 1897), p. 291-297, gedateerd 16 aug. '97). Streuvels zou Minne pas in juli 1900 voor het eerst in levende lijve ontmoeten, tijdens een bezoek aan Latem.

(Lev) Nikolajevitsj Tolstoj, Leo (° 1828 - ✝ 1910)

Russische schrijver. Tot zijn bekendste romans behoren Oorlog en Vrede (1865 1869) en Anna Karenina (1875 1877). Van Tolstoj vertaalde Streuvels Vertellingen van Tolstoij (1902), Geluk in het huishouden (1903), Twee vertellingen (1908) en Vader en dochter. Tolstoijs briefwisseling met zijne dochter Marie (1928). Vanaf zijn eerste lectuur heeft de grote Russische auteur Streuvels steeds gefascineerd. Over hun relatie, zie o.m. de bijdragen van Heli Verstraete en Karel Vanhaesebrouck, in: Stijn Vanclooster en Marcel De Smedt (red.), Stijn Streuvels en de Europese literatuur, Jaarboek 15 van het Stijn Streuvelsgenootschap (Kortrijk, Stijn Streuvelsgenootschap, 2010).

Titel - krant/tijdschrift