<Resultaat 289 van 1419

>

Waarde Heer en Vriend,
Ik schrijf U onder den indruk eener groote ontroering. De hr. Simons heeft in de Gids een artikel gepubliceerd over 't Congres,[1] en naar aanleiding daarvan zijn ideeën ten beste gegeven over de Vl[aamsche] Beweging mitsgaders zijn herinneringen aan personen die hij te Gent heeft gezien.
Dit feit zou me nu minder gewichtig voorkomen — ook, al deed de auteur mij de eer aan in àl te vleiende termen te spreken over een stukje van mij in de Spect[ator] verschenen[2] — indien ik thans niet vernomen had, dat men mij verdenkt die bladzijden — as ik 't zoo eens zeggen mag: geïnspireerd te hebben. Die veronderstelling krijgt een schijn van waarheid daardoor, dat ik mij te Gent zeer veel in 't gezelschap van den hr. Simons bevond.
Ik weet niet of Gij mij bekwaam acht een infamie te begaan als deze: zich in iemands sympathie dringen met het doel door hem op een peterstaal geplaatst te worden.
Trouwens is 't onwaarschijnlijk dat een man als S[imons] noodig heeft bij mijn onbeduidendheid gedachten te borgen.
Een woordje over de rest.
In zijn oordeel over 't Congres ben ik 't in alle opzichten met hem eens: het wezenlijke nut van zulk een bijeenkomst ligt in 't aankweeken van sympathieën tusschen beoefenaars der letterkunde.
De denkbeelden van S[imons] over de Vl[aamsche Beweging] zijn uitsluitend zijn eigendom.[3] Er zijn voorzeker ["]harde" waarheden in zijn voorstelling. 't Is niet alles aangenaam te [2] hooren, maar men moet bekennen dat hij meer dan eens juist oordeelt en uit de hoogte.
Wat mij echter spijt is dat uit heel het opstel zoo weinig sympathie straalt voor de Vlamingen, die toch allen hun goeden wil, en sommigen hun groot talent, wijden aan 't bereiken van dit edele doel: 't volk tegen verbastering te vrijwaren en den Nederl[andschen] Stam tegen verdwijning in België te beschermen.[4]
Dat onze aanhechting bij N[oord Nederland] oogenblikkelijk geen voordeel voor Holl[and] zou wezen, geloof ik. Maar waarom ons den moed ontnemen, met dit doel voor oogen, den strijd voort te zetten?
Persoonlijk gevoel ik mij niet geneigd werkdadig deel te nemen aan den strijd van welke partij ook. Er zijn temperamenten genoeg daarvoor voorhanden, en wie ernstig aan kunst wenscht te doen, kan daarin zijn levensdoel geheel vinden.
Maar wat me vooral spijt in het artikel, is wat S[imons] over 't zoogenaamde jonge geslacht zegt.[5] Goed voor wat Cyriel Buysse betreft. 't Is echter uitsluitend door den schrijver te verantwoorden, wat hij over mij en Vermeylen vertelt. Ik heb hem wel, incidemment, over deze twee vrienden van me gesproken, maar geenszins als over de Heilige Drievuldigheid.[6] Ten 2de heeft hij mij erg over 't paard getild, waarover ik me reeds bij mijn vriend Vermeylen heb... verontschuldigd! In éen woord: ik laat alle eer en alle schuld van 't art[ikel] aan Simons over. Eén enkele brief heb ik met hem gewisseld voor meer dan éen maand,[7] en toen wist ik niets van artikels van hem, en ook werd daarin niet over andere dan persoonlijke zaken gerept.
Ik hoop, dat de denkbeelden van S[imons] over de Vl[aamsche Beweging] ernstig zullen besproken of weerlegd worden[8] — indien ik 't kon, ik zou 't gaarne doen — en ook, en dit vooral, dat geen enkel der vrienden uit het Taalverbond mij schurkachtig genoeg zal gelooven, hoe 't ook zij, de hand te hebben gehad in dit artikel: welke appreciatie over wat of wie ook ingegeven te hebben.
[3]
Zeer graag zou ik op de zitting (die denkelijk morgen plaats heeft?) dit alles komen zeggen.
Maar: 1° ik druk me mondelings nog slechter uit dan op papier.
2° ik zou niet graag op de gezichten van sommigen willen bemerken dat men mij voor plichtig houdt: wat me woedend zou maken en me misschien domheden zou doen zeggen;
3° redenen van intiemen aard beletten me aanwezig te zijn.
Indien deze regelen met nut ter kennis van de mannen kunnen gebracht — 't zij woordelijk of zakelijk — durf ik u bidden het te doen.[9]
Waar ik echter 't allermeest aan houd is te weten, wat Uw indruk is over heel deze boel — die me wèl verveelt, geloof me.[10]
't Schijnt dat Gij ook zoo erg boos zijt.... op mij!
Uw steeds verkleefde
en als een pasgeboren kind zoo onnoozele
Emm[anuel] de Bom

Annotations

[1] Leo Simons Mz., 'Naar aanleiding van het 21ste Noord- en Zuid-Nederlandsch Taal-en Letterkundig Congres', in: De gids, 4de reeks, IX, dl. IV (okt. 1891), p. 86-113. Volgens Max Rooses, die in de zitting van het Antwerps Taalverbond van 15 okt. '91 op dit artikel kritiek uitbracht, was het een synthese van een reeks bijdragen in De oprechte Haarlemsche courant, waarvan er twee vermeld werden in brief 159, noot 9. Zie het Maandblad van het Taalverbond, II, nr. 6 (10 nov. 1891), p. 59.
[2] Simons had i.v.m.De Boms 'Onmachtig' de stilistische kwaliteiten en de vernuftige psychologische ontleding geroemd. Hij ging zelfs zover De Bom de "Vlaamse Couperus" te noemen.
[4] Wel had Simons op blz. 99-100 van het in [1] vermelde artikel, sympathie betuigd met het sociale aspect van de Vlaamse taalstrijd.
[5] Volgens Simons waren Emmanuel de Bom, Cyriel Buysse en August Vermeylen vertegenwoordigers van het jonge geslacht dat een ruimere kijk op de toestand had, zich buiten het enggeestige in de taalstrijd hield, niet meedeed aan de onderlinge bewieroking van de andere flaminganten en ook vrij was van de kleinzieligheid van deze laatsten. Zie het in [1] vermelde artikel van Simons, p. 110.
[6] Deze benaming is van De Bom.
[8] In de zitting van 15 oktober 1891 van de Antwerpse groep van het Taalverbond replikeerde Max Rooses op Leo Simons' aantijging als zou het Vlaamse volk wetenschappelijk veel lager staan dan het Hollandse, en weerlegde hij diens sarcastische opmerking dat Vlaanderen slechts een literatuur van schoolmeesters had. Zie het Maandblad van het Taalverbond, II, nr. 6 (10 nov. 1891), p. 59-61.
[9] In de zitting van 15 okt.'91 werd geen brief van De Bom voorgelezen. Zie het Maandblad van het Taalverbond, II, nr. 6 (10 nov. 1891), p. 59-61.
[10] De kwestie rond het Gids-artikel van Simons werd ook besproken in de correspondentie van De Bom met Vermeylen, en ook in de Belgische pers lokte het een uitvoerige controverse uit. Zie De taalstrijd, dl. VIII, nr. 12 (1 febr. 1892), p. 281-284.

Register

Naam - persoon

Bom, Emmanuel Karel De (° Antwerpen, 1868-11-09 - ✝ Kalmthout, 1953-04-14)

Bibliothecaris, journalist en schrijver. Medeoprichter van Van Nu en Straks. Gehuwd met Nora Aulit op 24/08/1901 in Antwerpen.

Buysse, Cyrillus Gustave Emile (° Nevele, 1859-09-20 - ✝ Afsnee, 1932-07-25)

Schrijver. Medeoprichter van Van Nu en Straks.

Gehuwd met de Nederlandse Nelly Dyserinck op 01/10/1896.

Rooses, Max (° Antwerpen, 1839-02-10 - ✝ Antwerpen, 1914-07-15)

Kunsthistoricus en criticus.

Vader van Rosa Rooses.

Simons, Leo Mz (° Den Haag, 1862-08-01 - ✝ Rotterdam, 1932-06-11)

Auteur, uitgever (Wereldbibliotheek) en Vondelkenner.

Vermeylen, August. (° Brussel, 1872-05-12 - ✝ Ukkel, 1945-01-10)

Hoogleraar, kunsthistoricus en schrijver. Medeoprichter van Van Nu en Straks. Gehuwd met Gabrielle Josephine Pauline Brouhon op 21/09/1897.

Titel - krant/tijdschrift

Gids, De (° 1837 - °)

Cultureel en sociaal tijdschrift.

Maandblad Van Het Taalverbond (° 1890 - ✝ 1895)

Op voorstel van H. Langerock (secretaris van de Brusselse groep) werd het Jaarboek van het Taalverbond vervangen door een maandelijks bulletin, waarin gedetailleerd verslag werd uitgebracht over de vergaderingen die in de diverse groepen werden belegd. De administratie berustte bij Fr. van Cuyck. In tegenstelling tot de Jaarboeken bevatten de Maandbladen geen literair gedeelte meer. In plaats daarvan gaf het Taalverbond jaarlijks minstens één werk van een van zijn leden in eigen beheer uit (b.v. Uit het leven door L. Smits en Volksgeneeskunde in Vlaanderen door A. de Cock).

Nederlandsche Spectator, De (° 1856 - ✝ 1908)

Weekblad.

Oprechte Haarlemsche Courant, De (° 1847 - ✝ 1941)

Nederlands dagblad met zeer oude traditie. Werd in 1656 gesticht door Abraham Casteleyn als Weeckelijke Courante van Europa. Werd twee jaar later Haarlemsche Courant, waaraan in 1664 het woord Opregte werd toegevoegd. Pas vanaf de 19de eeuw (1847) verscheen het als dagblad. Omstreeks 1890 behoorde het tot de meest gelezen kranten van Nederland, grotendeels omwille van de rubriek familieadvertenties, wat de krant ook de naam "dameskrant" opleverde. Smolt in 1941 samen met Haarlems dagblad onder de naam Haarlemsche courant.

Naam - instituut/vereniging

Taalverbond, Het (° 1887 - ✝ –, 1900)

Liberale vereniging.