<Resultaat 737 van 1419

>

Beste Kerel.
Gisteren kon ik je onmogelijk schrijven, en ook niets in je boek lezen; nu heb ik [']t doorbladerd en een deel ervan — heel de laatste 50 pagina's — die ik nog niet kende, gelezen. Je hebt me confuus gemaakt met je waardeering, die me innig getroffen heeft omdat ze zoo wèlgemeend is.[1] In je algemeene karakteristiek van Ibsen heb ik menig nieuwe opmerking gevonden, en ook in den Bygmester Solness tegelijk een bevestiging van mijn opvatting en nog nieuwe gezichtspunten. Je boekje trekt aan door de warme en toch geenszins loftuiterige bewondering voor Ibsen; [']t is een echt strijdschrift en hoewel in den vorm hier en daar wat slordig, over [']t geheel wat ongelijk: en naar den inhoud nog hier en daar bij de lezers meer bekendheid met de stukken veronderstellend dan misschien mocht, voldoet het bepaald in een leemte. Ik zou, voor het groote publiek, te diepzinnig geworden zijn; [']t is voor mij zoo moeilijk over een onderwerp als dit met eenvoudig enthousiasme te schrijven[']t spreken gaat veel beter —; en een introductie van den schrijver bij 't groote publiek moet niet meer geven dan jij doet. Je opdracht ervan neem ik dan ook, ondanks enkele bedenkingen (m'n kritische geest verloochent zich nooit) met dankbaarheid aan,[2] dubbel omdat ik in jouw sympathie voor mijn werk een wezenlijken steun en bemoediging vind, en ook om Háar. Je begrijpt, 't is me juist nú veel waard dat door een dusdanig publiek getuigenis van een der jongeren, die mijn kritieken over Ibsen met die van anderen vergeleken heeft, de beteekenis ook van de mijne erkend wordt. En ik weet, dat jij dit doet uit echte wèlgemeendheid, niet uit vriendschap; een vriendschap die trouwens geboren is uit gelijkheid van streven, en die, naar ik hoop, ook mijn kritiek van jullie eerste aflevering zal doorstaan.
Een van mijn bedenkingen, om dat even te zeggen, tegen je boekje geldt je voor het overige uitnemend geschreven waardeering van "Spoken". In je compte-rendu komt niet uit, dat Oswald eerst geconcipieerd [2] is, nà zijn moeders terugkeer in de echtelijke woning. M.a.w. het voortbrengen van zulk een vermolmd kind is de straf op het met bewustzijn blijven samenwonen met een vermolmden man. En dán: zijn de gevallen van Nora & Mevr. Alving wel zóo gelijk als jij ze stelt. In het éene zou geestelijke of liever zedelijke degeneratie van de kinderen volgen; in het andere physieke. Dat is waar. Maar er is verschil tusschen Helmer & Alving. De waarde van je boekje voor mij ligt intusschen ook voor een deel in zulke kleine tekortkomingen, gevolgen van de beknoptheid, die je dwong. En ik voel dat er nog lang niet alles over deze figuren gezegd is, en een studie nòg kan geschreven worden. Die hoop ik ook te maken; later. Eén van m'n toekomstplannen.
Ik krijg het hier nu druk. M'n laatste tien dagen breken aan. Je begrijpt wat dit zeggen wil. Allerlei gezeur aan 't hoofd: inpakken; bij die nog eens eten, en bij dien een avond passeeren. Daartusschen in artikels fabriceeren, zoo goed en zoo kwaad als het gaat. Je moet dus nu maar op geen brief rekenen, eer ik goed en wel in Londen zit. Maar jij bent me inmiddels op twee antwoord schuldig.
Jongens, wat hebben ze bij jullie den boel eens flink opgeschept. Hier zijn de goeie bourgeois er bang van geworden. 't Zal ónze kieswet een heelen stuw geven. Zoo'n machtsontwikkeling van het volk heeft — uit de verte — iets héel aangrijpends.[3] En er zullen potige kerels onder de werklui zijn. Dit is nu eens [']n goeie stof voor een objectieve schets voor de Opr[echte Haarlemsche][4] Maak dat ze die Zaterdag hebben. Als die werkelijk objectief-teekenend is, zullen ze die zeker wel plaatsen.
Nu moet ik je groeten. Nog een stevigen handdruk tot dankzegging —
de Uwe
Leo

Annotations

[1] In het nawoord van Henrik Ibsen en zijn werk bracht De Bom hulde aan de Ibsen-studies van "vier voorname critici: Georg Brandes, L. Passarge, Leo Simons Mz. en Charles Sarolea. Als vaardige en onmisbare gidsen hebben zij mij in het wonderbare rijk van 's dichters scheppingen rondgeleid" [p. 106]. Ook in de inleiding van het boek wordt Simons nog eens extra vermeld: "De heer Leo Simons Mz. heeft in Noord-Nederland een reeks artikelen over Ibsen laten verschijnen in bladen en tijdschriften, welke hij later in zijn boek "Besproken Plaatsen" vereenigd heeft. Deze studies zijn niet zoo compleet als die van Sarolea, maar, ofschoon voor dagelijksche en periodieke pers aanvankelijk bestemd, behooren zij ongetwijfeld tot het degelijkste wat over het onderwerp geschreven werd." (p. 4).
[4] Van De Bom is geen artikel over de sociale woelingen verschenen in de Oprechte Haarlemsche Courant.

Register

Naam - persoon

Bom, Emmanuel Karel De (° Antwerpen, 1868-11-09 - ✝ Kalmthout, 1953-04-14)

Bibliothecaris, journalist en schrijver. Medeoprichter van Van Nu en Straks. Gehuwd met Nora Aulit op 24/08/1901 in Antwerpen.

Brandes, Georg Morris Cohen (° Kopenhagen, 1842 - ✝ Kopenhagen, 1927)

Literair historicus en criticus.

Mees, Josine Adriana (° Rotterdam, 1863-06-26 - ✝ Den Haag, 1948-03-11)

Toneelschrijfster.

Huwde in 1894 met Leo Simons.

Passarge, Ludwig (° Wolittnick bei Heiligenbeil (Oostpruisen), 1825 - ✝ Lindenfels (Odenwald), 1912)

Rechtsgeleerde.

Studeerde in Königsberg en Heidelberg. Trok zich op latere leeftijd terug in Wiesbaden. Was zeer bereisd en ruim cultureel geïnteresseerd. Persoonlijke vriend van H.Ibsen, over wie hij in 1883 een lijvige monografie publiceerde. Schreef voornamelijk reisindrukken en herinneringen. Vertaalde H. Ibsens Peer Gynt en Brand in het Duits.

Sarolea, Charles (° Tongeren, 1870-10-25 - ✝ Edinburgh, 1953-03-12)

Hoogleraar, consul en publicist. Doctor in letteren en wijsbegeerte aan de UEL.

Studeerde er gedurende een jaar ook natuurwetenschappen. Werd in 1893 speciaal doctor in de wijsbegeerte aan de universiteit van Brussel met een controversieel proefschrift over vrijheid en determinisme m.b.t. de evolutieleer. Verkreeg studiebeurzen voor Palermo, Napels en Parijs. Had een zeer veelzijdige belangstelling. Werkte mee aan dagbladen en tijdschriften en schreef behalve zijn baanbrekende monografie over H. Ibsen nog tal van filosofische en politieke werken.

Simons, Leo Mz (° Den Haag, 1862-08-01 - ✝ Rotterdam, 1932-06-11)

Auteur, uitgever (Wereldbibliotheek) en Vondelkenner.

Titel - krant/tijdschrift

Oprechte Haarlemsche Courant, De (° 1847 - ✝ 1941)

Nederlands dagblad met zeer oude traditie. Werd in 1656 gesticht door Abraham Casteleyn als Weeckelijke Courante van Europa. Werd twee jaar later Haarlemsche Courant, waaraan in 1664 het woord Opregte werd toegevoegd. Pas vanaf de 19de eeuw (1847) verscheen het als dagblad. Omstreeks 1890 behoorde het tot de meest gelezen kranten van Nederland, grotendeels omwille van de rubriek familieadvertenties, wat de krant ook de naam "dameskrant" opleverde. Smolt in 1941 samen met Haarlems dagblad onder de naam Haarlemsche courant.